Auteur:
Invest-NL en Artemis
Geplaatst
04 november 2026
Nederland heeft alles in huis om internationaal voorop te blijven lopen in landbouw- en voedselinnovatie. Van gewassen die beter bestand zijn tegen klimaatverandering tot biologische gewasbescherming en nieuwe eiwitten uit fermentatie: Nederlandse kennis en technologie bieden grote kansen voor economische groei en een duurzamer voedselsysteem. Om die kansen te benutten, moeten innovatieve biotechbedrijven sneller op de markt kunnen komen en kunnen doorgroeien. Dat concludeert Invest-NL in het nieuwe rapport Deep Dive Agrifood Biotech.
Als het lukt deze bedrijven sneller op de markt te brengen en te laten opschalen, kunnen Nederlandse agrifood-biotechbedrijven volgens de scenarioanalyse in 2040 zo’n € 17 miljard extra omzet per jaar behalen. Het rapport is gebaseerd op gesprekken met ruim 150 ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers en op vijftien jaar investeringsdata. Het brengt de belangrijkste groeikansen en belemmeringen in kaart.
Tien jaar wachten op een alternatief voor chemische gewasbescherming
Het rapport maakt onder andere aan de hand van biologische gewasbescherming, waarin Nederland wereldwijd koploper is, duidelijk waarom deze bedrijven moeilijk kunnen doorgroeien. De toelating van een nieuw middel kan in Europa acht tot tien jaar duren. De regels zijn grotendeels geschreven voor chemische middelen en sluiten daardoor niet altijd goed aan op biologische alternatieven. Mede hierdoor kiezen bedrijven ervoor hun producten eerst in Brazilië en de VS op de markt te brengen. Volgens de deskundigen groeit Nederland hierdoor niet mee met een markt die tot 2040 zeven tot tien keer zo groot wordt.
Geld voor de eerste fabriek ontbreekt
Bij nieuwe voedselingrediënten, zoals eiwitten uit fermentatie, speelt dezelfde uitdaging. In Europa duurt de toelating ervan één tot drie jaar langer dan in de VS. Bedrijven die willen opschalen, lopen tegen de kosten van een eerste fabriek aan: die bedragen al snel tientallen tot honderden miljoenen euro’s. Een financieringsroute daarvoor ontbreekt. Bestaande steunregelingen passen vaak niet en sluiten deze bedrijven soms zelfs uit, juist omdat ze jarenlang verlies lijden. Met de juiste keuzes verdienen Nederlandse bedrijven in 2040 zo’n € 8 miljard per jaar aan deze ingrediënten. Bij ongewijzigd beleid blijft dat ongeveer € 2 miljard.
“De wetenschap werkt steeds beter. De echte uitdaging is de financiering van de weg naar commerciële schaal”, zegt Corjan van den Berg, medeoprichter van Revyve, dat eiwitten uit gist maakt. “Investeerders alleen kunnen dat niet dragen. Bedrijven hebben ook leningen, garanties en subsidies nodig om de stap naar industriële productie te zetten.”
Samen het risico dragen
Om de kansen te benutten, is samenhangende actie nodig. Er moeten meer bedrijven ontstaan en de regels en de toegang tot testfaciliteiten moeten beter. Klanten moeten eerder aanschuiven. Publiek kapitaal kan helpen de risico’s van een eerste fabriek te delen en zo private investeringen mogelijk te maken. Dat betekent niet dat de veiligheidseisen omlaag gaan. Wel moeten de regels passen bij wat er wordt beoordeeld. Nederland hoeft ook niet alles zelf te produceren. Het gaat erom dat kennis, bedrijven en strategische onderdelen van de keten in Nederland blijven.
De kans wacht niet
“Nederland staat er goed voor om voorop te lopen in agrifood biotech, maar die kans wacht niet”, zegt Jellie Banga, Chief Business Officer van Invest-NL. “Nieuwe technologie heeft toezichthouders nodig die haar willen toelaten, boeren die haar willen testen, consumenten en voedingsbedrijven die haar willen kopen en investeerders die haar willen financieren. Hiervoor is samenwerking in de hele keten nodig.”

Over het onderzoek
Invest-NL brengt in een reeks van vier deep dives de belangrijkste biotechkansen voor Nederland in kaart, zodat ondernemers, investeerders en overheden vanuit een gedeeld beeld kunnen werken. De Deep Dive Agrifood Biotech onderzoekt drie waardeketens: zaadveredeling en genetica, biologische landbouwmiddelen en biotech-ingrediënten en voedseltoepassingen. Per waardeketen zijn zes factoren geanalyseerd die bepalen of bedrijven kunnen opschalen: marktvraag, infrastructuur, talent, kapitaal, regelgeving en samenwerking in het ecosysteem. Het onderzoek is gebaseerd op gesprekken met ruim 150 ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers en op investeringsdata van 2010 tot april 2026. Het onderzoek wordt ondersteund door de Europese Unie via de InvestEU Advisory Hub. Ook is Artemis om haar visie gevraagd; deze is in het rapport verwerkt.
Het rapport is vrijdagochtend tijdens een bijeenkomst met zo’n honderd ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers overhandigd aan het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het volledige rapport is hier te downloaden. Voor biologische gewasbescherming: zie pagina 24–34.
